The art of magic

Posted by on 24 December, 2015 in Blog | 0 comments

Een week Mali gedomineerd door een echt politiek vraagstuk, droog, complex maar voor de lokale democratie een vraag van levensbelang. Decentralisatie is monnikenwerk, dat geldt voor ons, voor Europese partners en zeker ook voor Afrika. Op afstand volg ik de inspanningen rond het referendum van Roos en Baudet. Kinderspel, waarbij in de zandbak met vuur gespeeld wordt. Het is vast serieus maar met een hoge mate van eigendunk, opgeblazen ego’ s. Ik ben onder de indruk van de berichten uit Mekka. Ze krijgen een extra lading omdat er mensen uit Mali zijn omgekomen in de massa’s. Familie van collega’s. Eén keer in je leven naar Mekka en dan een traumatische ervaring oplopen of niet meer terugkeren! Het wordt nog tragischer en schokkender als je dan en passant te horen krijgt dat de Saoedi’s bij de behandeling van dode lichamen onderscheid maken tussen blank en zwart. Details doen er niet toe, maar ik val stil. Het is echt de vraag of er geen stappen tegen Saoedi Arabië ondernomen moeten worden. De dreigende doodstraf voor een onschuldige jongeman was al genoeg, de feiten die je hoort over de afwikkeling van het drama des te erger. Oliebelangen vallen in het niet bij de gevolgen voor mensen van dit soort gedrag van ongecontroleerde macht.

Die paar druppels olie zijn ook nog eens te compenseren door veel meer in te zetten op duurzame energie met zon, wind en biovergisting. Dat zou in Mali ook goed kunnen. Ik snap nog steeds niet waarom er geen businessplan te maken valt bijvoorbeeld met afval. Het goud ligt hier letterlijk op straat, in grote hopen soms.

Mooie ontmoetingen met nieuwe mensen en oude collega’s. Dagmar Verbeek werkt sinds kort weer in Mali en Burkina Faso. Voor AKVO, een kleine, jonge NGO die barst van energie en inspiratie. Met nieuwe internettechniek, open source, dataverzameling, onlinerapportage-instrumenten e.d. zetten ze zich op heel praktische wijze in. Ze werken nu aan een project om alle openbare waterpunten in Mali op de kaart te zeten, monitoring van de werking te realiseren en zo de essentiële functie van de watervoorziening te verbeteren. Voor Malinese burgemeesters en gemeenteraden een prachtinstrument om in de gaten te houden of het werkt, voor burgers en boeren van levensbelang. Er zijn meer toepassingen mogelijk. Informatie verzamelen, toegankelijk maken met mobiele telefonie en zo de bruikbaarheid vergroten, misschien iets met afval doen! (www.akvo.org)

Het is hartverwarmend en inspirerend om met een jonge prof te spreken die met gezin en al onze veilige en wat verwende maatschappij achter zich laat. Ben benieuwd wat voor filosofisch toetsingskader Baudet daarvoor heeft, over Roos maak ik me op dat punt helemaal geen illusie.

Ik praat in het hotel een poosje met een van de obers. Hij probeert zijn Engels uit, leuk om te oefenen. Hij komt uit Ivoorkust en woont en werkt sinds twee jaar in Bamako. Hij heeft volgend jaar misschien zo veel verdiend dat hij weer een keer naar huis kan. Mijn gesprek met hem brengt me in gedachten weer even terug naar Nederland, naar Europa. Hier in West-Afrika gaan grote groepen voortdurend heen en weer over grenzen. Als gevolg van de politieke crisis zijn er ook nog steeds Malinezen in de buurlanden. Sowieso verdienen traditioneel nogal wat Malinezen een inkomen over de grenzen. Hoezo draagvlak binnen de eigen landsgrenzen? Wat kan onze maatschappij nog hebben? Bamako en andere steden zijn in een paar jaar tijd in inwoners met honderdduizenden gegroeid. Dit zijn voor een deel vluchtelingen uit eigen land, voor een deel ’gelukzoekers’ die een boterham willen verdienen in de urbane omgeving. Slaapplekken, eten en drinken worden gedeeld. Mijn taxichauffeur heeft het moeilijk. Die paar ritjes betekenen voedsel voor zijn moeder, familieleden en buurtgenoten, dat is voorlopig de eerste zorg, misschien moet de auto zijn tweede zijn. Schoon, opgeruimd als de man zelf maar technisch  ? Zijn derde zorg is genoeg geld sparen om te kunnen trouwen.

In de gesprekken over decentralisatie komen die zorgen terug. Op een ander niveau, maar het gaat over grenzen, lokale economie en het verdelen van geld. Mijn collega Jaap Bijl maakt er een boeiende studie over. Zijn eerste presentatie leidt tot interessante discussies. Onder meer over de geopolitieke situatie van Mali, gelegen tussen Mauritanië, Senegal, Algerije, Libië, Niger en verder weg Egypte en ook over de regionale indeling van het land zelf. Hoeveel autonomie is mogelijk? Wat kan een land hebben dat is ingericht met Franse centralistische precisie, een aanpak die niets met de Afrikaanse tradities te maken heeft. Mali worstelt politiek met die traditie en met haar eigen geschiedenis van grenzen die getrokken zijn zonder rekening te houden met culturele of religieuze dimensies. Het decentralisatieproces hapert. Ook al zijn de uitgangspunten verbeterd sinds het akkoord dat in Algiers onlangs gesloten is, het gaat om de politieke wil om snel een nieuwe grondwet te maken en snel te zorgen dat gemeenten en regio’ s beter in staat zijn hun directe diensten te verbeteren. Dat is gewoon budget overdragen, mensen die goed opgeleid zijn een baan bieden in hun oude omgeving en burgemeesters en gemeentesecretarissen de ruimte geven om er werk van te maken, letterlijk en figuurlijk. De cirkel moet doorbroken worden: we gaan gemeenten meer geld geven voor hun taken als ze in staat zijn om het goed te besteden. Ze zijn pas in staat om hun organisatie goed in te richten als ze daar geld voor krijgen? Wie doet de eerste zet in dit ‘prisoners dilemma game’.

Die vraag ligt ook bij ontwikkelingsorganisaties, ambassades, de Wereldbank enz. Onze zucht naar controle, efficiëntie, beheersing is soms zo groot, dat een nieuw soort administratief kolonialisme het behalen van goede resultaten in de weg lijkt te staan. Het wrange is dat resultaat hier betekent: een school met niet 300 leerlingen in drie lokalen, maar 400 in acht lokalen, geen twee waterpunten per dorp maar vier. Dat een grote stad als Bamako haar afvaldienst kan verbeteren, dat jonge redelijk opgeleide jongeren een boterham kunnen verdienen op grond van hun kennis en eigen niveau en dat ze niet hoeven uit te kijken naar opties in Europa.

Zo droog is het dus ook weer niet, die decentralisatie.

Het gewone leven gaat langzaam door. De hitte verlaagt bij veel mensen het tempo. Toch zie je ook straatwerkers aan de slag met het aanleggen van een pad, zware stenen, handwerk, veel zweet. Of een man die met een soort pikhouweel in de brandende zon prachtige houten potten maakt. Hij wordt gadegeslagen door een groep mannen die het wel best vindt. De man is onverstoorbaar. Zo ook een jonge knul die het gras maait met een ouderwetse handmaaier, half 12 in de ochtend, de zon staat hoog en hij maakt met muts en al mooie, rechte banen. Naast hem een soort tuincentrum waar één man aan de slag is en de rest de schaduw zoekt. De handel moet het goed doen want het ziet er niet dor uit.

Eten en drinken met Dagmar op verschillende plekken in een klein tentje aan de straatkant, eten zoals de Malinezen doen, is een leuke ervaring net als eten bij Mirjam Tjassing thuis. Lekker, gezond en ontspannend. De kok dient en ruimt op. Volgens Mirjam is ook zij te gast in zijn keuken . Je hoort tijdens zo’n bezoek dat elke expat personeel heeft. Voor onze begrippen voor weinig geld, voor de Malinezen een voorrecht dat ze werk hebben. Een chauffeur, bewaker, kok, kindermeisje, schoonmaakster en een tuinman. Allemaal trots op hun werk. De een woont met familie in een soort compound, één kamer voor vrouw en vijf kinderen, de ander woont bij moeder en weer een ander moet met een paar kinderen en zonder man rondkomen op een kleine kamer ergens in de grote stad, net als zo veel andere mensen. Die verhalen geven kleur aan dit werk. Ook op straat zie je die verhalen lopen, jonge meiden met twee kinderen, één aan de hand, één op de rug, jonge kerels met hun handelswaar in een drukke straat, benzine in flessen, T-shirts, boeken, wasmiddelen. Je kunt kiezen uit tientallen stalletjes, tot diep in de nacht. Boodschappen doen kost zeeën van tijd. Geen supermarkt, je zamelt op veel verschillende plekken in, uien, bonen, aardappels, kippen, geiten. Een bonte schakering van mensen maakt deze stad tot een warme plek, die ruikt, soms stinkt en waar mensen het met elkaar moeten zien te rooien. Waar mensen zich thuis voelen, trots zijn: een taxichauffeur in de nacht, die na twee minuten onderweg trots meldt: ‘je suis un Dogon’, bewoner van die legendarische vallei die je zo graag zou willen zien, maar die nu even dicht is vanwege het gevaar van geweld.

Zo’n trotse Dogon krijgt nog meer profiel door het gesprek met Mirjam, die prachtige dingen vertelt over verhoudingen tussen stammen, volken en groepen. Zaken die ook weer doorwerken in discussies over de politieke toekomst omdat oude geschiedenis tussen groepen doorwerken in sociale codes, hoe je een conflict oplost en hoe je je gedraagt. Vaak is dit nog gericht op het bezweren van het gevaar van mogelijk slepende conflicten. Het moet ook wat betekenen voor onze omgang met onze recht-toe-recht-aan opvattingen over management, administratie en ordelijk zaken regelen. Hoe universeel is dat allemaal als je wat dieper in de Afrikaanse ziel mag kijken, als is dat maar kort, mij maakt het bescheiden. Ik krijg nog een kort college over de Toearegs, hun geschiedenis en hoe zij zich met de Arabieren verhouden tot de meer gekleurde zwarte volken. In Mali lopen in feite zwart en blank in elkaar over, raken de oude werelden van zwart en blank aan elkaar. Ik zou nog wel uren willen doorgaan, maar ja, het houdt ook weer op.

Straks met de nachtvlucht terug naar huis. Weer en beetje older, wiser, sadder maar ook rijker en zeker ook hoopvoller door de hoge inzet die je links en rechts ziet.

Ten slotte een aanrader. De week begon met een geweldig boek van de Afrikaanse schrijver Ben Okri, een Nigeriaanse schrijver die in Londen woont. Een Afrikaanse roman, ook al speelt het voornamelijk in een Zwitsers stadje, de kleuren, de woorden, de magie zijn geweldig ‘The art of magic’, een mooi motto voor deze missie.