Bamako 19 december 2015 – Deel 1

Posted by on 4 January, 2016 in Blog | 0 comments

Een van de consequenties van de aangescherpte veiligheidssituatie is dat je voor de avondmaaltijd dicht bij ‘huis’ blijft en dat je bepaalde gelegenheden mijdt, daar waar veel buitenlandse gasten komen met een diplomatieke of zakelijke achtergrond.

Op een paar minuten lopen zit Apaloosa. En tent die in ieder geval, met een beetje dubbel gevoel, een verhaal waard is. De keuken is Amerikaans (burgers), Mexicaans, Frans, Italiaans (pizza’s, pasta) en Libanees. Dat laatste heeft met de eigenaar te maken. Een bewegelijke kleine man, die alle ‘vaste’ gasten persoonlijk de hand komt drukken. Die keuken is goed, snel en niet zuinig. Vooral het Libanese eten is erg lekker, origineel en ’humus’ met vers stokbrood moet je niet overslaan.
Vaste prik is dat met alle gerechten op de kaart een ruime hoeveelheid gepofte maïs gepaard gaat, gezouten en wel en er zijn overal videoschermen.

Toch dubbel. Onderdeel van de kitscherige aankleding zijn een stuk of zes als cowboys (!) verklede, broodmagere zwarte obers met hoed, die vaak somber voor zich uitstaren alsof ze in een verkeerd toneelstukje zitten. Ze zijn wel adequaat in de bediening. Als klap op de vuurpijl: naast eten, gokken (midden in het eetgedeelte is een afgescheiden hoek met drie grote machines) en televisieschermen is er een clubgedeelte met een bar van minstens tien meter lang en daarachter een groep van acht tot tien blanke meiden (veel Russinnen) en een onwaarschijnlijke hoeveelheid uiteenlopende soorten sterke drank. Tussen deze meiden en de barkrukken is een brede toog. Daar wordt druk gecommuniceerd, gegokt en geflirt. Het is de beste life illustratie van het woord ’animeermeisjes’ die ik ken. Of er meer plezier beleefd wordt dan drinken en gokken, weet ik niet. Ik ben altijd vroeg weer buiten.

Het boek van Coates (zie blog van 18 december) maakte dat uitsluiting en racisme vanuit een persoonlijk perspectief voelbaar werden. ’De kritiek van de zwarte rede’ van Achille Mbembe betekent dat mijn perspectief en dat van Coates samen herschreven worden. Mbembe zet de geschiedenis van Afrika, van de ’neger’, het racisme en het kolonialisme in een geheel nieuw daglicht. In feite is de uitvinding van het begrip ‘ras’ de grote dooddoener. Mbembe (blz. 56): ’Het ras blijft zijn verminkende werk doen, omdat het ras van oorsprong en tot in de verre toekomst de reden is die wordt aangehaald om cesuren in de maatschappij aan te brengen, oorlogsbetrekkingen aan te gaan, de koloniale verhoudingen te regelen, mensen in te delen en op te sluiten (…). Het is de rechtvaardigingsgrond om degenen die men wil stigmatiseren, die men moreel wil diskwalificeren en eventueel wil interneren of verdrijven, onder te brengen in abstracte categorieën.’ We hebben lang de Afrikaanse geschiedenis ontkend, zoals we ook lang volstrekt onvoldoende oog hebben gehad voor de Afrikaanse bestuursculturen, die onze ratio te boven gaan. Wederkerigheid krijgt met Mbembe een filosofische bedding die ik bij aanschaf van het boek niet voorzien had. Het wordt zelfs expliciet benoemd. Duidelijk is dat echte gelijkheid tussen mensen het begrip ‘ras’ overbodig maakt.